Eerst was er één onopgelost wiskundeprobleem, nu zijn het er honderden. OpenAI publiceerde dinsdagnacht een flinke serie papers waarin resultaten staan voor 372 wiskundige vraagstukken die tot nu toe onopgelost waren. Het bedrijf gebruikte daarvoor opnieuw een krachtig AI-model dat nog niet op de markt is, schrijft de Volkskrant.

Vorige maand meldde OpenAI al dat het een oplossing had gevonden voor de zogeheten Navier-Stokes-vergelijking, een van de grote onopgeloste problemen in de wiskunde. De nieuwe publicatie laat zien dat het bedrijf AI steeds verder inzet om complexe wiskundige vraagstukken op te lossen.

De bal ligt nu bij wiskundigen wereldwijd om de dinsdag gepubliceerde antwoorden onder de loep te nemen. Het gaat hierbij om verschillende deelgebieden binnen de pure wiskunde, zoals getaltheorie, algebra, theoretische informatica, wiskundige logica en topologie.

Hoewel OpenAI met het oplossen van deze vraagstukken de kracht van zijn nieuwe nog niet verschenen AI-model laat zien, roept het massale en simultane oplossen van deze zeer complexe vraagstukken ook vragen op bij een deel van 's werelds bekendste wiskundigen.

Zo schrijft de Volkskrant dat een gedeelte van de wiskundigen worstelt met het tempo waarin deze vraagstukken worden opgelost. Zij betwisten of dit het vakgebied verder brengt of juist schade toebrengt. Deze critici betogen dat als een wiskundige de AI-redenering niet kan volgen, de waarde hiervan niet zo groot is.

Anderzijds zijn er ook wiskundigen die met bewondering kijken naar de prestatie van OpenAI. Zo schreef hoogleraar wiskunde Alex Kontorovich op X dat wanneer een mens dit zou weten te presteren, diegene beloond zou worden met de hoogste wiskundige prijs - de Fields Medal – 'zonder enige discussie'.

De Volkskrant sprak daarnaast met Steven Kelk, universitair hoofddocent theoretische computerwetenschappen aan de Universiteit van Maastricht. Ook hij is onder de indruk, en vermoedt dat 'hiermee in één klap tien of twintig jaar vooruitgang is geboekt.'

Toch ziet ook Kelk een belangrijke keerzijde van deze ontwikkeling. Zo stelt hij tegenover de Volkskrant dat er 'een soort promptoorlog' bezig is, 'waarbij we met behulp van AI-modellen zo snel mogelijk naar de oplossing sprinten'.

Kelk waarschuwt dan ook dat juist de menselijke wiskunde – zoals 'samenwerken, het verkennen van zijwegen en zelfs het regelrecht falen in pogingen om tot een oplossing te komen' – hierdoor kapot kan worden gemaakt.