Consumenten schatten de inflatie tot wel drie keer hoger in dan deze daadwerkelijk ligt. Dat blijkt uit een onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) naar de gevoelsinflatie. Sinds de energiecrisis in 2022 is de gevoelsinflatie niet meer gedaald naar het oude niveau.

De gevoelsinflatie baseert het CBS op een enquête onder consumenten hoe zij de inflatie de afgelopen twaalf maanden hebben ervaren. Het onderzoeksbureau gebruikt daarvoor de mediaan van alle gevoelde inflatiecijfers die respondenten opgeven.

Dat de gevoelsinflatie hoger ligt dan de gemeten inflatie, is in de afgelopen tien jaar bijna altijd het geval geweest. Uitzonderlijk is dat het verschil tussen de gevoelsinflatie en de daadwerkelijke inflatie sinds de energiecrisis van 2022 veel groter is. Tijdens de energiecrisis was er een enorme piek in de inflatie. Inmiddels ligt de gemeten inflatie alweer een stuk dichter bij het niveau van voor de energiecrisis, rond de 3 procent. Maar gevoelsmatig geven consumenten aan een inflatie van rond de 8 procent te voelen. De gevoelde inflatie is daarmee twee keer zo hoog als vóór 2022.

Het is precies die energiecrisis die het grote verschil tussen de inschatting van veel mensen en de werkelijkheid verklaart, zegt CBS-econoom Frank Notten. 'Mensen vergelijken de prijzen van nu nog steeds met de prijzen van vóór de energiecrisis, maar inflatie meet je ten opzichte van precies een jaar eerder.'

In 2021 en 2022 stegen de prijzen in iets meer dan een jaar met bijna 20 procent en die schok zijn consumenten nog steeds niet helemaal te boven, denkt Notten. 'Een soort trauma', noemt hij het. Dat de prijzen daarna wel doorstegen, zij het in een kalmer tempo, betekent in de ogen van de niet-economisch geschoolde consument dat de inflatie nog steeds torenhoog zou zijn. 'Mensen blijven de prijsstijgingen altijd veel beter onthouden dan wanneer het een jaar lang gelijk blijft.'

Het CBS heeft ook gekeken naar de inflatieverwachting onder respondenten. Hier meet het CBS hoeveel van de respondenten verwacht dat de inflatie zal stijgen. In de eerste helft van 2026 was er een enorme piek in het aantal respondenten dat een inflatieverhoging verwachtte, namelijk 55 procent van de ondervraagden. De stijging van de inflatieverwachting is volgens het CBS vermoedelijk te wijten aan spanningen in het Midden-Oosten en de zorgen van consumenten over duurdere brandstofprijzen. Inmiddels is de inflatieverwachting weer gedaald naar ongeveer 33 procent. Dat is hetzelfde niveau als aan het begin van 2026.