De bodemloze put die Oekraïne heet, wordt steeds dieper. Voor het eerst sinds het begin van de grootschalige Russische invasie heeft de Europese Unie toestemming gegeven om macrofinanciële hulp – dus geld van Europese belastingbetalers – te gebruiken voor de betaling van salarissen van Oekraïense militairen en andere defensiebehoeften.
Wat vroeger strikt verboden was, is nu realiteit. Europese macrofinanciële bijstand mocht tot nu toe alleen naar niet-militaire begrotingsposten: pensioenen, ambtenarensalarissen, ziekenhuizen en scholen. Defensie en het leger moesten apart gefinancierd worden via gerichte militaire hulp of de Europese Vredesfaciliteit. Die rode lijn is nu doorbroken.

Volgens Oekraïense bronnen, waaronder parlementslid Pidlasa, heeft de Europese Commissie op verzoek van Kiev groen licht gegeven. Dit markeert een historische verschuiving. De EU stapt daarmee verder dan ooit in de directe financiering van de Oekraïense oorlogsmachine – met leningen die uiteindelijk door Europese burgers moeten worden terugbetaald, of hopelijk ooit door Rusland via bevroren tegoeden.
Dit komt niet uit de lucht vallen. Oekraïne kampt met een chronisch begrotingstekort, personeelstekort in het leger en de noodzaak om soldaten beter te betalen om ze gemotiveerd en aan het front te houden. Maar in plaats van hervormingen, corruptie aan te pakken of een realistische vredesstrategie na te streven, kiest men voor de makkelijke weg: meer Europees geld, zonder echte grenzen.

Dit is geen eenmalig steuntje. Het past in een breder patroon. De EU heeft al honderden miljarden euro’s in Oekraïne gepompt – via leningen, subsidies, militaire hulp en nu dus ook expliciet voor legersalarissen. Met de recente afspraken over een nieuw pakket van tientallen miljarden voor 2026-2027 wordt de afhankelijkheid alleen maar groter.
Critici waarschuwen al jaren: dit is een one-way ticket naar een vicieuze cirkel. Hoe meer geld we erin pompen zonder duidelijke voorwaarden of exit-strategie, hoe moeilijker het wordt om ooit te stoppen. Ondertussen betalen Nederlandse en andere Europese huishoudens de rekening via hogere belastingen, inflatie en een EU-begroting die steeds meer op een oorlogsfinancieringsfonds begint te lijken.
De vraag die steeds luider klinkt: hoelang kunnen en willen Europese burgers dit volhouden? Terwijl de oorlog vastloopt, corruptieschandalen in Kiev blijven opduiken en de wederopbouw miljarden kost, schuift de EU de grenzen steeds verder op. Van “geen militair geld” naar “ook salarissen van soldaten” is een grote stap.
Dit keerpunt laat zien dat we er steeds dieper in komen te zitten. Zonder fundamentele verandering in strategie – of het nu gaat om onderhandelingen, defensiecapaciteit of financiële realisme – dreigt Oekraïne een permanente financiële molensteen voor Europa te worden. En de gewone Europeaan mag dokken.