De Nederlandse wegen staan vol met automobilisten die de spits best willen mijden, maar alsnog tijdens de spits op pad gaan. En daar bracht een overheidscampagne à 350.000 euro geen verandering in.

Dat blijkt uit een evaluatie van een publiciteitscampagne in de eerste vier maanden van vorig jaar. Verspreid over twee keer vier weken werden er tv- en radiospotjes uitgezonden. Ook op social media en billboards werd aandacht gevraagd voor het mijden van de spits.

De campagne 'Spitsmijden' werd georganiseerd en betaald door VanAnaarBeter. Deze instelling geeft in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voorlichting over verkeer en vervoer. In totaal kostte de campagne 350.367 euro.

Een groot deel daarvan ging naar tv-bedrijven: er werd 154.799 euro uitgegeven aan reclamezendtijd. Sociale mediabedrijven konden 111.992 euro bijschrijven en aan online video’s werd 90.365 euro uitgegeven.

De reclamespotjes hadden meerdere doelen. Ten eerste het uitleggen wat spitsmijden precies is. En vervolgens mensen aanzetten om dit ook daadwerkelijk te doen. Of om er op z'n minst over te praten met de baas of collega's. Want hun medewerking is vaak nodig om dit mogelijk te maken.

Op de wat langere termijn moest de campagne bijdragen dat mensen structureel een paar keer in de week voor of na de spits naar hun werk gaan. In de ochtend is het normaal gesproken tussen 7.00 en 9.00 uur druk op de weg, in de avond tussen 16.00 en 19.00 uur.

Nu blijkt dat die doelen voor het grootste deel niet zijn gehaald. Het is weliswaar gelukt om spitsmijden 'tijdelijk onder de aandacht te brengen', maar de andere doelstellingen waren '(nog) te hoog gegrepen', blijkt uit de evaluatie.

De campagne heeft 'nog geen aantoonbaar effect gesorteerd op de doelstellingen', is de conclusie van onderzoeksbureaus Verian en Validators. Mensen zien het nut van spitsmijden wel in, maar om het in hun eigen dagelijkse leven in te passen is ingewikkelder. Bovendien ervaren sommige mensen nog de druk om 'op tijd op kantoor te zijn', schrijven de onderzoekers.