Er is één argument dat de laatste tijd opvallend vaak voorbijkomt op sociale media als het gaat over het verdwijnen van de gletsjers. Waar ijs wegsmelt, worden bomen gevonden. Het klimaat veranderde vroeger ook, zo luidt de redenering: het was eerder ook warm, dus waarom zou de huidige opwarming van de aarde door de mens komen? Deze mensen maken een denkfout, zeggen onderzoekers.
Door het smelten van de gletsjer Morteratsch kwam vorig jaar een 10.000 jaar oude boomstronk bloot te liggen.
Op het eerste gezicht lijkt het een gewone boomstronk van een paar jaar oud. De wortels zitten nog deels in de grond. Maar onderzoekers weten sinds kort de échte leeftijd van het stuk boom dat vorig jaar werd gevonden bij de smeltende gletsjer Morteratsch in Zwitserland: 10.300 jaar oud.
Een boom die groeide vóórdat er een gletsjer lag. Klimaatontkenners grijpen dit soort ontdekkingen aan als hét bewijs voor hun verhaal dat het toch echt niet de mens is die ervoor zorgt dat het warmer wordt op aarde. Gletsjers komen en gaan. Schommelingen in de temperatuur zijn een natuurlijk fenomeen, stellen zij.
In de 'officiële klimaatjournalistiek' worden ontdekkingen zoals een boom onder een gletsjer 'systematisch verzwegen', schrijft Clintel, een Nederlandse stichting die stelt dat er geen klimaatcrisis is. "Het huidige smelten is niets wat in de recente aardgeschiedenis niet al eerder is voorgekomen – en het zal net zo snel weer de andere kant opgaan."
Deze opstelling leidt tot irritatie bij klimaatwetenschappers, onder wie onderzoeker Tijn Berends van de Universiteit Utrecht. Volgens hem bevat de communicatie van Clintel soms weliswaar feitelijk juiste elementen, maar worden die gebruikt om een misleidend beeld te schetsen. "Ze stoppen vaak één of twee korreltjes waarheid in hun propaganda."
Want één ding klopt inderdaad: de Alpen hebben warmere periodes gekend. "Daar wordt ook gewoon wetenschappelijk onderzoek naar gedaan", zegt Berends.
In de Romeinse Periode (rond het jaar 0) was de gletsjer mogelijk net zo groot als in het jaar 2002. Ook in de middeleeuwen waren er twee warmere periodes (800–1300).
Maar, was het op de hele aarde rond die momenten ook warmer? Nee, zegt Berends. "Regionaal klimaat kan best variëren terwijl het mondiale klimaat stabiel blijft", zegt Berends. Dat is het hele punt. In de afgelopen 2000 jaar was het gemiddeld op aarde nog nooit zo warm als nu.
Die regionale verschillen komen bijvoorbeeld door veranderingen in oceaanstromingen, vertelt Berends. Die kunnen ervoor zorgen dat warmte anders over de aarde wordt verdeeld. Op de ene plek wordt het daardoor warmer, terwijl het elders juist kouder wordt. "De wereldwijd gemiddelde temperatuur verandert er niet door, de warmte verplaatst zich alleen van A naar B."
Berends verwijst naar een onderzoek dat gepubliceerd is in Nature in 2019. De titel is helder: 'Er is geen bewijs voor wereldwijd samenhangende warme en koude perioden gedurende de pre-industriële jaartelling'.
Met andere woorden: in delen van de wereld zijn de afgelopen 2000 jaar duidelijke temperatuurveranderingen te zien, maar die vonden niet overal op hetzelfde moment plaats.
De onderzoekers hebben dat weergegeven op een wereldkaart die wat lastig te begrijpen is. Toch een poging: de kleur laat zien wannéér een gebied zijn warmste periode kende tussen het jaar 1 en 750. Hoe donkerder, hoe later. In de Alpen was het dus het warmst in het jaar 1. In de rode gebieden was het juist rond 750 na Christus het warmst:
Het grote verschil met deze tijd: op vrijwel de hele aarde is het nu warmer dan in de afgelopen 2000 jaar.
Berends: "De huidige klimaatverandering is mondiaal - de term global warming is er niet voor niets. Vandaar dat we nu niet alleen de gletsjers in de Alpen ontzettend rap zien smelten, maar ook vrijwel alle andere gletsjers op aarde, en ook de ijskappen op Groenland en Antarctica."
Tot slot nog even over de 10.000 jaar oude boom die is gevonden bij de Morteratschgletsjer. De boom groeide in een heel andere tijd. De tijd van de laatste ijstijd was voorbij en de aarde werd warmer, is te zien op onderstaande grafiek gepubliceerd in Nature in 2020.
Dát het toen warmer werd, heeft hier een hele andere oorzaak. Een belangrijke rol speelden veranderingen in de baan van de aarde en de stand van de aardas. Bovendien kreeg het noordelijk halfrond in de zomer meer zonnestraling dan tegenwoordig. Dat zorgde voor relatief warme zomers en droeg eraan bij dat gletsjers in de Alpen kleiner waren.
Aan de hand van o.a. oude ijslagen en afzettingen in de bodem kunnen onderzoekers achterhalen hoe warm het vroeger was. De gekleurde lijnen zijn verschillende manieren waarop de onderzoekers gegevens hebben omgerekend naar een wereldgemiddelde temperatuur
En zo zijn er nog meer oorzaken die het klimaat zowel regionaal als mondiaal kunnen beïnvloeden, zeggen onderzoekers. Denk ook aan veranderende zonneactiviteit en vulkaanuitbarstingen.
Maar al die natuurlijke factoren kunnen de opwarming die we nú zien niét verklaren, zegt Hans Oerlemans, emeritus hoogleraar meteorologie aan de Universiteit Utrecht en gespecialiseerd in gletsjers en klimaat.
De sterke stijging van de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer kan dat wél. "We weten al honderd jaar dat het klimaat hierdoor opwarmt. Er is geen reden om daaraan te twijfelen", zegt Oerlemans.
Olie, steenkool en gas zijn gedurende honderden miljoenen jaren gevormd. "Dat verbranden wij in een eeuw. We voegen daarmee in korte tijd grote hoeveelheden CO2 toe aan de atmosfeer."
Ook gletsjeronderzoeker Matthias Huss zegt: de atmosferische opwarming die de afgelopen decennia is waargenomen, kan voor '100 procent worden toegeschreven aan menselijke invloed'. "Namelijk de versterking van het broeikaseffect door de verbranding van fossiele brandstoffen. Het verdwijnen van gletsjers is slechts één uiting daarvan, maar wel een zeer duidelijk zichtbare."
Volgens klimaatredacteur Heleen Ekker is er heel veel onderzoek gedaan om te kunnen bepalen of er andere oorzaken zijn dan fossiele brandstoffen die bijdragen aan klimaatverandering.
"En ook om beter te kunnen begrijpen wat er gebeurt, en hoe snel. Wat dat betreft lijkt de klimaatwetenschap op het leggen van een puzzel, er komt telkens een puzzelstukje bij. Maar de basis, dat het verbranden van olie, gas en steenkool de hoofdoorzaak is van de opwarming, daar bestaat al een hele tijd grote overeenstemming over."
