Via het project SETI@HOME wordt met de gecombineerde rekenkracht van miljoenen thuiscomputers onderzoek gedaan naar buitenaardse intelligentie. Dat werkt zo: Deelnemers aan het project kijgen software op hun computer geïnstalleerd, die van tijd tot tijd verbinding maakt met de site van de onderzoekers. Dan wordt een klein deel van de via een radiotelescoop uit de ruimte geviste gegevens naar je PC gedownload, die daarna worden geanalyseerd. Na verwerking worden de resultaten weer geupload worden naar SETI. Dat gebeurt allemaal op de achtergrond, dus de gebruiker ziet daar weinig tot niets van. Een van de deelnemers, James Melin uit Minneapolis, had het programma op zeven computers geinstalleerd, waaronder de laptop van zijn vrouw. Die laptop werd op nieuwjaarsdag gestolen, maar de dief nam niet eens de moeite om te kijken wat er allemaal op draaide en liet de software voor wat het was. Een week na de diefstal zag James Melin op de site van SETI, dat de gestolen laptop al drie keer contact had gehad met SETI. Het gebruikte IP-adres was daarbij zichtbaar, dus kon hij dat doorgeven aan de politie, die op haar beurt via de internetprovider het adres van de gebruiker kon opvragen. Daarna was het heel eenvoudig om op het adres van die abbonnee huiszoeking te doen en de laptop terug te vinden. Geen Marsmannetjes dus, maar wel een ordinaire dief opgespoord.
De website van SETI@HOME is te vinden op
http://setiathome.berkeley.edu/.