Na de politie, brandweer, ambulance, bloedbank Sanquin en Rijkswaterstaat krijgen nu ook veiligheidsregio's hun eigen zwaailichtauto. De kleur: groen. Automobilisten zien door de bomen het bos niet meer, waarschuwen verkeersexperts.

Het zijn er nu nog maar vijf, maar over een tijdje scheuren tientallen groene voorrangsvoertuigen door Nederland. Het gaat om auto's en vrachtwagens van de veiligheidsregio's. Achter het stuur zitten ambtenaren die de hulpdiensten aansturen bij een grote brand of een ramp. Met blauw zwaailicht en sirene mogen ze de weg op.

,,Belachelijk", vindt Koos Spee, oud-verkeersofficier van justitie. ,,De vluchtstroken stromen inmiddels vol met diensten die met spoed de weg op kunnen. Een auto met een zwaailicht is niets bijzonders meer."

Een slechte zaak, vindt Spee, want het gevolg kan zijn dat niet iedere automobilist meer braaf aan de kant gaat als een sirene klinkt. ,,Het is essentieel dat je als burger weet waarom je plaats moet maken. Bij ambulance, brandweer en politie is dat zo klaar als een klontje: iets of iemand is in gevaar en er moeten levens worden gered. Maar geldt dat ook voor de groene auto's van de veiligheidsregio?"

Verkeersdeskundige Benjamin van der Velden zegt dat burgers door de bomen het bos niet meer zien. ,,Takelbedrijven, ProRail, dierenambulances, Sanquin, verkeersregelaars, bergers, weginspecteurs en nu de veiligheidsregio's. Iedereen heeft tegenwoordig zwaailichten en speciale markering op de voertuigen. Er zijn zoveel instanties die zichzelf belangrijk vinden dat het voor de burger steeds lastiger wordt."

Zelf vinden de veiligheidsregio's het volkomen logisch dat ze hun eigen voorrangsvoertuigen krijgen. ,,Nu gaat een leidinggevende of een communicatiemedewerker van de veiligheidsregio bij spoed meestal ter plaatse in een brandweerauto", zegt Maurice Lenferink van veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond. ,,Terwijl die persoon meestal geen brandweerman is. Als er dan onderweg iets gebeurt, en burgers vragen om hulp, dan kun je weinig uitrichten. Dat geeft scheve gezichten bij het publiek. Daarom is het goed dat de veiligheidsregio's eigen voertuigen krijgen."

Brandweerhistoricus Gerard Koppers is het daar niet mee eens. ,,Als een automobilist in z'n spiegel kijkt, denkt hij dat er een boswachter aankomt. Burgers weten amper wat een veiligheidsregio doet, laat staan dat ze begrijpen waarom ze eigen groene auto's hebben. Deze ambtenaren, die een co÷rdinerende taak hebben, kunnen best meerijden met de brandweer of een andere hulpdienst."

Volgens Lenferink is het niet nodig dat burgers precies weten wat de bestuurder van een groen voorrangsvoertuig doet. ,,Het is eigenlijk simpel", stelt hij. ,,Als je een auto met blauw zwaailicht en sirene ziet naderen, ga je aan de kant. Of dat nou een ambulance of een auto van de veiligheidsregio is. Meer hoef je als burger niet te weten."