Een werknemer van reisorganisatie Prijsvrij die ondanks zijn ziekmelding een marathon liep, is op staande voet ontslagen. Ten onrechte, vindt het gerechtshof. Omdat de werkgever er 'met een gestrekt been in ging', krijgt de man ruim 60.000 euro aan ontslagvergoedingen.

Dat blijkt uit een gisteren openbaar geworden uitspraak van het gerechtshof Den Haag. De ontslagvergoedingen vallen opmerkelijk hoog uit, zeker gezien het korte dienstverband van de werknemer. Vóór zijn ziekmelding was hij slechts een half jaar in dienst.

De man ging in juli 2024 werken voor Prijsvrij. Naast zijn werk voor de reisorganisatie trainde hij intensief voor een marathon. Half december meldde hij zich echter ziek met 'acute en ernstige' oogklachten, en bezocht een oogarts.

Begin januari zei de werknemer tijdens een telefonische gesprek met de bedrijfsarts beperkingen te hebben met onder meer autorijden en beeldschermwerk. Ook zei hij vier keer per week te willen blijven hardlopen.

Drie dagen daarna stuurde Prijsvrij de werknemer een gepeperde brief. Daarin constateerde de werkgever dat de man ondanks zijn arbeidsongeschiktheid 'zeer actief was gebleven met allerlei hardloopsessies'.

In niet mis te verstane bewoordingen liet Prijsvrij hem weten geen snars te geloven van zijn ziekmelding. Het bedrijf gebood hem per direct weer aan de slag te gaan. Als de man dat zou weigeren, zou hij geen loon meer krijgen en zijn bedrijfsauto moeten inleveren.

Daarop liet de advocaat van de werknemer weten dat de eisen en dreigingen van Prijsvrij 'onterecht en ongepast' waren. Daarop zei het bedrijf voorlopig 'uit coulance' te zullen afzien van de loonstop.

Eind januari en half februari adviseerde de bedrijfsarts dat de werknemer nog niet belastbaar was, en voorlopig niet kon re-integreren. Eind februari bleek na vervolgonderzoeken in het oogziekenhuis dat de werknemer vrijwel zeker leed aan Myasthenia Gravis, een chronische spierziekte.

Desondanks drong Prijsvrij aan op een beoordeling door een andere bedrijfsarts. Die kwam begin april eveneens tot de conclusie dat de man nog niet geschikt was om te re-integreren. Ook benadrukte hij dat stress en emoties de klachten van de werknemer konden verergeren.

Acht dagen later ontving de werknemer een uitnodiging voor een gesprek met de directeur van Prijsvrij. Toen de advocaat van de werknemer liet weten dat dit niet paste in het advies van de bedrijfsarts en het bedrijf daarbij 'pesterij' verweet, werd de man op staande voet ontslagen.

In de ontslagbrief benadrukte Prijsvrij opnieuw dat de werknemer na zijn ziekmelding was blijven trainen, en op 13 april 2025 uiteindelijk zelfs de marathon van Rotterdam had gelopen. Met een eindtijd van iets onder de drie en een half uur behoorde hij tot de beste 18 procent van de bijna 18.000 deelnemers, berekende de werkgever.

Volgens Prijsvrij was de fysieke belasting van die sportieve prestatie 'structureel onverenigbaar met de door de werkgever opgegeven beperkingen en het medisch beeld geschetst in de rapportage van de bedrijfsarts'.

Uit de ontslagbrief bleek verder dat Prijsvrij de werknemer ook had laten volgen door Hoffmann Bedrijfsrecherche. In maart hadden externe rechercheurs geconstateerd dat de man enkele keren met de auto boodschappen had gedaan, en zijn kind naar school had gebracht.

Dat leidde volgens Prijsvrij tot de onmiskenbare conclusie dat de man ofwel zijn medische beperkingen had overdreven, ofwel onveilig had gereden met een minderjarig kind. In beide gevallen was volgens het bedrijf sprake van verwijtbaar gedrag dat het vertrouwen in de werknemer ondermijnde en reden was voor ontslag.

De werknemer accepteerde zijn ontslag echter niet, en stapte naar de rechter. Daar benadrukte hij dat hij zijn looptrainingen en autoritjes niet had verzwegen, maar met de bedrijfsartsen had besproken.

Vorig jaar september oordeelde de Rotterdamse kantonrechter dat Prijsvrij de man inderdaad ten onrechte had ontslagen, omdat hij niets had verzwegen. Volgens de rechter had de man daarom recht op zijn loon tijdens de opzegtermijn en een transitievergoeding, van samen 10.070 euro.

Daar bleef het niet bij. Volgens de kantonrechter was Prijsvrij er 'met een gestrekt been' ingegaan door de ziekmelding meteen te betwijfelen, en te proberen de man met de dreiging van een loonstop weer aan het werk te krijgen.

De inschakeling van bedrijfsrechercheurs op basis van 'ten onrechte bestaand wantrouwen' was volgens de rechter bovendien een 'buitenproportionele maatregel die ernstige inbreuk maakte op de persoonlijke levenssfeer van de werknemer en zijn gezin'.

"Hoffmann heeft de werknemer op verschillende dagen bij zijn woning geobserveerd, is hem gevolgd en heeft diverse foto's gemaakt", aldus de kantonrechter in de uitspraak. Daarin zei zij zich 'goed te kunnen voorstellen dat de inzet van Hoffmann voor veel extra stress bij de werknemer heeft gezorgd, terwijl stress volgens de bedrijfsarts gezien zijn ziektebeeld juist zoveel mogelijk vermeden moet worden'.

Omdat Prijsvrij al met al ernstig verwijtbaar handelde, moest het bedrijf de ex-werknemer nog eens een extra schadevergoeding van 50.000 euro betalen. Het bewijs dat de man ondanks zijn aandoening in zijn auto had gereden, veegde de kantonrechter terzijde, omdat dat zou gaan om enkele 'zeer korte ritjes', die bovendien besproken zouden zijn met de bedrijfsarts.

Prijsvrij was echter niet van plan de man ook maar een cent aan ontslagvergoeding te betalen, en ging in hoger beroep. Maar uit de uitspraak van het gerechtshof blijkt dat de werkgever ook in die procedure nat ging.

Daarmee blijft het oorspronkelijke oordeel van de kantonrechter in stand. Dat betekent dat Prijsvrij de ex-werknemer nu dus ruim 60.000 euro aan ontslagvergoedingen moet betalen. Daarnaast heeft de man nog recht op een kleine 3000 euro aan achterstallig salaris, en ruim 5000 euro als vergoeding van zijn proceskosten.