Het is een virus dat onder mensen vrijwel niet voorkomt. Maar Jolanda, die een kattenopvang heeft in Wierden, bleek er afgelopen week mee besmet: koepokken. Ze liep het op via een kitten in haar opvang, die zelf waarschijnlijk is geïnfecteerd door een muis.
"Koepokken, ik had er nog nooit van gehoord", zegt de 57-jarige eigenares van Jolanda Kittens Wierden. "Er werd een heel schuchtere kitten binnengebracht. Ik zag dat er iets mee was, dus ben ik ermee naar de dierenarts gegaan."
Die constateerde een luchtweginfectie en schreef antibiotica voor. Maar een week later bleek de kitten, die Rox heet, last te hebben van een verdikking onder het ooglid. Ook daarvoor werd antibiotica voorgeschreven.
Jolanda had de kitten intussen overgedragen aan haar vakgenoot Miranda. "Die kan beter met schuchtere katjes omgaan dan ik." Toen die met Rox naar een andere dierenarts ging, werd daar een besmetting met het koepokkenvirus geconstateerd. "Die dierenarts is wat ouder, die herkende het nog van vroeger."
Ook Miranda zelf, Jolanda én Jolanda's man Cees zijn intussen besmet. Dat komt onder mensen vrijwel niet voor, schrijft het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) op zijn website. Gebeurt dat wel, dan krijgt iemand last van plaatselijke huidafwijkingen, zoals pokken en blaasjes, zegt het RIVM.
Haar huisarts hield het aanvankelijk voor een schimmelplekje, maar stuurde foto's ervan later door naar een dermatoloog. "Ze moesten het nazoeken. Het bleek dus inderdaad het koepokkenvirus."
Jolanda heeft er nu twee weken last van. Er is niets tegen te doen, de plekken – een grote bij haar, een kleine bij haar man – moeten vanzelf verdwijnen. Genezing duurt acht tot twaalf weken, heeft de huisarts gezegd.
"Het is belangrijk dat we de plek goed afdekken om verdere besmetting te voorkomen", zegt Jolanda. Mensen kunnen elkaar onderling niet besmetten, maar ze kunnen de besmetting wel degelijk overbrengen op bijvoorbeeld katten of honden. Andere kittens bij Miranda zijn intussen ook besmet.
Mensen lopen het virus op door direct contact met een dier dat het virus bij zich draagt, zoals een koe, een kat, een wilde muis of een rat. "Wilde knaagdieren dragen het virus bij zich", zegt het RIVM. "Ze worden er niet ziek van, maar kunnen het wel doorgeven aan andere dieren en mensen." Katten kunnen wél ziek worden. "Ze krijgen dan huidafwijkingen en soms koorts en sloomheid."
