De slaapbehoefte van een 50-jarige blijkt een goede voorspeller van het moment dat hij of zij met pensioen gaat. Uit onderzoek van de Finse universiteit van Turku blijkt dat de 50-jarigen die gemiddeld 9 uur per nacht slapen, beduidend eerder met pensioen gaan dan de mensen die tussen de 7 en 8 uur per nacht slapen.
De verbazing die mensen hebben bij het horen van deze conclusie komt waarschijnlijk voort uit een verkeerde associatie: lang slapen is niet hetzelfde als fit en uitgerust zijn, stelt slaapwetenschapper Cyntha Bogaard. 'We weten dat meer slapen helemaal niet per se beter is.'
Het verschil komt neer op 8,5 maand: zoveel eerder stappen langslapers gemiddeld uit het arbeidsproces dan de gezonde slapers. Maar dat heeft volgens Bogaard dus alles te maken met de kwaliteit van de slaap, die vaak slechter is bij mensen die veel uren of juist extreem weinig uren slapen. 'Het gaat veel meer over goed slapen dan dat we moeten proberen zo veel mogelijk slaap bij elkaar moeten sprokkelen', zegt de eigenaar van sleepmasters.nl.
Sowieso waarschuwt de slaapexpert voor al te boude conclusies. Dat er een statistisch verband is gevonden wil niet zeggen dat er een causaal verband is. Het kunnen net zo goed onderliggende gezondheidsproblemen zijn waardoor iemand langere nachten maakt. Ga dus vooral niet op zoek naar een sweet spot en de ideale slaapduur, zegt ze.
Dat wil niet zeggen dat goed slapen dus onbelangrijk is, integendeel. Slechte slaap wordt aan alle kanten geassocieerd met problemen; alleen: slechte slaap is niet hetzelfde als een korte slaap. 'Maar we zien dat slaap een enorme invloed heeft op je functioneren. We weten bijvoorbeeld dat slechte slapers zes extra verzuimdagen hebben. Dat is enorm. We zien de productiviteit enorm naar beneden gaan en zien veel meer ongevallen gebeuren.'
In de regel geldt dat korter dan zes uur of langer dan negen uur slaap geassocieerd wordt met gezondheidsproblemen, maar vooral geldt dat het een puur individuele kwestie is. Maar hoe weet je nou of je slaap goed genoeg is geweest? Dat zit hem volgens Bogaard veel meer in de persoonlijke beleving. 'Voel je je uitgerust? Red je het tot het einde van de dag?'
