Filipijnse matrozen die op Nederlandse zeeschepen werken, krijgen veel minder betaald dan hun Nederlandse en Duitse collega's. Soms wel tot vier keer minder. Discriminatie, vindt de stichting Equal Justice Equal Pay, die na jaren juridisch gesteggel nu namens 23.000 zeelieden een massaclaim voorbereidt tegen de Nederlandse staat en de reders.

Voor hetzelfde werk verdient een Filipijnse zeevarende ongeveer 3,25 euro per uur, terwijl Nederlandse collega's zo'n 15 euro kunnen ontvangen. Reders verantwoorden dat met het zogenoemde woonlandbeginsel. Daarbij is loon gebaseerd op het kostenniveau van het land waarin iemand woont.

Vorig jaar oordeelde het College voor de Rechten van de Mens in een zaak van een Filipijnse en een Indonesische zeevarende dat loonverschillen op basis van het land van herkomst discriminatie zijn. Er volgden onderhandelingen tussen overheid, de reders en de stichting over verandering van de salarisregels, maar die zijn op niets uitgelopen.

Advocaat Frank Peters is namens de matrozen strijdbaar. "We gaan het loon terugvorderen vanaf 2016, dus dat is per vandaag tien jaar. Elk jaar dat de procedure langer duurt, komt er schade erbij." Volgens Peters gaat het om een post van miljarden euro's.

De Nederlandse rederijen vinden het verschil in salaris en andere arbeidsvoorwaarden prima uit te leggen. "We belonen op basis van koopkracht. Dat is volgens de internationale zeescheepvaart ook het eerlijkst", zegt Annet Koster van de Koninklijke Vereniging van Nederlandse Reders.

"Als je bijvoorbeeld op de Filipijnen naar de kapper gaat, is dat acht keer goedkoper dan in Nederland. Maar dat geldt ook voor boodschappen, woonkosten, noem het allemaal maar op."

Volgens de rederijen is het salarisverschil ook nodig om internationaal te kunnen concurreren. Koster vreest dat als de rechter de massaclaim toekent, "het afwachten is totdat reders failliet gaan of eieren voor hun geld kiezen en onder een andere vlag gaan varen. Op dit moment worden namelijk alleen Nederlandse reders hierop aangesproken."

Uit eerder onderzoek, in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, blijkt dat bij een verbod op het woonlandbeginsel de loonkosten van reders met 20 tot 35 procent zouden stijgen.

Naar verwachting zou de helft tot driekwart van de reders dan kunnen besluiten onder een andere vlag te gaan varen. Met een schade daarvan voor de Nederlandse economie van 125 tot 200 miljoen euro per jaar. Ook zouden Nederlandse kapiteins en zeevarenden hun baan kunnen verliezen.

Advocaat Peters noemt de conclusies in het onderzoek "aantoonbaar onjuist". De stichting liet een second opinion uitvoeren door het wetenschappelijk onderzoeksinstituut SEO Economisch Onderzoek. "SEO heeft laten zien dat het eerdere onderzoek niet veel meer is dan het opschrijven van wat rederijen uit de losse pols hebben gezegd. Als je goed cijferonderzoek doet, zie je dat het heel anders zit", aldus Peters.

Zo vallen de economische gevolgen bij gelijktrekking van salaris volgens SEO wel mee: niet meer dan 20 procent van de schepen zou onder een andere vlag gaan varen. Ook hoeven er volgens het onderzoeksinstituut niet per se banen te verdwijnen.

Nautilus International FNV, de internationale vakbond die opkomt voor de werknemers in de scheepvaart, steunt nu nog de bestaande cao-afspraken. Gelijktrekking van lonen moet op mondiaal niveau gebeuren. Als alleen Nederland dat zou doen, stort de Nederlandse vloot in, vreest de vakbond.

In een reactie zegt ook het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat dat wijziging van de betaling van zeelieden zonder internationale afstemming ongewenst is. Dat zou "het gelijke speelveld" doorbreken.

Advocaat Peters: "We houden ook de Nederlandse staat aansprakelijk, want die maakt dit systeem mogelijk en faciliteert zo structurele discriminatie. Dat is gewoon onacceptabel."