Hormese, de toxicologische theorie dat kleine concentraties giftige stoffen het tegenovergestelde effect hebben van hoge doses, wordt in de wetenschap nog steeds niet geaccepteerd. In een nieuw onderzoek, waarbij 56.000 experimenten in de US National Cancer Institute database werden geanalyseerd, vond Edward Calabrese (University of Massachusetts Amherst) overweldigend bewijs voor het bestaan van dit effect.
Verschil tussen klassieke denken over verband tussen risico en dosis (links) en Hormese (rechts)
De bevindingen van Calabrese wijzen in de richting van een grote overschatting van de nadelige effecten van blootstelling aan lage doses kankerverwekkende stoffen, een conditie waaraan grote groepen van de bevolking dagelijks worden blootgesteld. Overheidsorganisaties zouden hier meer rekening mee moeten houden, volgens Calabrese, en niet meer moeten streven naar volledige verwijdering van die stoffen uit het milieu.
Wanneer hormese serieus wordt genomen zou de discussie rond de nadelige effecten van tabaksrook er ineens heel anders uit komen te zien. De aanwezigheid ervan in het milieu zou dan juist een positief iets zijn.
Calabrese stelt dat de omvang van het nieuwe onderzoek en het overweldigende bewijs voor hormese – een dosis-responsfenomeen waarbij lage doses het tegenovergestelde effect hebben van hoge doses – een doorbraak vormen die wetenschappers zou moeten helpen bij het beoordelen en voorspellen van risico’s van nieuwe geneesmiddelen, giftige stoffen en mogelijk kankerverwekkende stoffen. Calabrese zegt: „Dit is een fundamenteel biologisch principe dat over het hoofd is gezien.”
Calabrese stelt dat de toxicologie in de jaren dertig van de vorige eeuw de dosis-responsverhouding verkeerd heeft ingeschat en dat deze fout is doorgedrongen in alle regelgeving inzake blootstelling aan lage doses van giftige chemicaliën en geneesmiddelen. Deze effecten bij lage doses kunnen zowel gunstig als schadelijk zijn, iets wat in de regelgeving over het hoofd wordt gezien omdat deze momenteel is gebaseerd op testprotocollen met hoge doses die sterk afwijken van de omstandigheden waarin mensen daadwerkelijk worden blootgesteld.
In deze recentste studie, die gebruikmaakt van gegevens uit een grote en sterk gestandaardiseerde database van het National Cancer Institute voor het screenen van tumoren en geneesmiddelen, zegt Calabrese dat het bewijs voor hormese overweldigend is. In de studie remmen hoge doses antikankergeneesmiddelen vaak de groei van gist, maar bij lage doses bevorderen ze de groei, precies zoals het hormese-model voorspelt.
Of men de hormese-theorie nu aanvaardt of niet, is volgens Calabrese niet de cruciale kwestie voor het overheidsbeleid. Hij zegt dat het belangrijkste probleem is dat de risicobeoordelingsmodellen die worden gebruikt door het federale Environmental Protection Agency en de Food and Drug Administration er niet in slagen om reacties in de lage-dosiszone nauwkeurig te voorspellen, dat wil zeggen daar waar mensen het grootste deel van hun dagelijks leven doorbrengen.
Calabrese zegt ook dat het ter discussie stellen van het bestaande dosis-responsmodel verstrekkende gevolgen heeft voor het overheidsbeleid en de volksgezondheid. „Ik ben van mening dat het hormesis-model de fundamentele dosis-respons is en dat de test- en risicobeoordelingsprocedures van de overheid dat moeten weerspiegelen,” zegt Calabrese. In milieuregelgeving wordt bijvoorbeeld aangenomen dat de meeste kankerverwekkende stoffen bij lage concentraties reële of theoretische risico’s inhouden, en dat ze daarom vrijwel volledig uit de omgeving moeten worden verwijderd om de volksveiligheid te waarborgen. Sommigen zouden stellen dat, als hormese het juiste model is voor zeer lage concentraties, de saneringsnormen wellicht aanzienlijk moeten worden aangepast. Anderen vinden het bewijs echter onvoldoende voor zo’n radicale verandering en maken zich zorgen over andere factoren die de effecten van chemische stoffen bij lage doses kunnen beïnvloeden. Het nieuwe onderzoek belooft het debat verder aan te wakkeren, zegt Calabrese.
Calabrese suggereert ook dat de bevindingen belangrijke implicaties kunnen hebben voor de farmaceutische industrie en de medische praktijk. Hij zegt dat hormese waarschijnlijk zal leiden tot de ontdekking van nieuwe, levensreddende geneesmiddelen die bij traditionele tests over het hoofd zijn gezien, en dat de nauwkeurigheid van de dosering voor patiënten aanzienlijk zal verbeteren, wat niet alleen de gezondheidsresultaten ten goede komt, maar ook bijwerkingen zal verminderen.
