De grote Nederlandse wielerploegen maken zich ernstig zorgen over de financiële gezondheid van de wielersport. Terwijl het meeste geld nu naar één Frans familiebedrijf vloeit, maken de ploegen zelf vooral kosten. "Het is niet meer te verantwoorden", zegt ploegbaas Iwan Spekenbrink van de Nederlandse World Tour-formatie Picnic-PostNL tegen RTL Z.
De Tour de France gaat de derde en laatste week in, met de Sloveen Tadej Pogačar stevig aan de leiding. De Tour is veruit het grootste wielerevenement van het jaar en wordt in 190 landen uitgezonden.
Maar achter dit sportieve hoogtepunt gaat een wereld schuil van sappelen, bedelen en interne ruzie. Voor de meeste wielerploegen valt nauwelijks iets te verdienen. Als dit niet verandert, staat de toekomst van de sport op het spel, vrezen ploegbazen.
Het leeuwendeel van de inkomsten van de sport vloeit naar één Frans familiebedrijf, de Amaury Sport Organisation (ASO). Dit tot grote frustratie van ploegleiders. Hun onvrede richt zich ook op de internationale wielerbond UCI, die onder een hoedje zou spelen met de Fransen.
De enige serieuze inkomsten die wielerploegen momenteel hebben, komen van de sponsoren. Als die ermee stoppen, is meteen de ploeg in gevaar. Heel anders dan bij voetbalclubs, basketbal of de Formule 1. In vrijwel alle grote sporten delen de clubs of ploegen mee in de inkomsten uit de vermarkting van de sport. Maar in het wielrennen dus niet.
De machtige ASO, die niet alleen de Tour, maar ook de Vuelta en grote klassiekers als Parijs-Roubaix organiseert, houdt de inkomsten voor zichzelf en houdt verandering van het systeem tegen. ASO is onderdeel van het grotere familiebedrijf EPA (Éditions Philippe Amaury) waarvan een meerderheidsbelang in handen is van de weduwe en kinderen van Amaury.
Een vuist maken tegen deze machtige partij is tot nu toe niet gelukt. Geen enkele grote ploeg kan het zich veroorloven om de Tour mis te lopen, want het is het belangrijkste evenement voor de sponsoren. De beste ploegen zijn ook verplicht om aan de start staan, anders raken zij hun licentie kwijt.
Hoogleraar sportmarketing Wim Lagae van de Universiteit in Leuven, ziet het al dertig jaar met lede ogen aan. 60 procent van de jaaromzet in het wielrennen wordt rond de Tour verdiend, schetst hij. Dat is ook waarom de ploegen zich maar niet kunnen verenigen om het systeem te veranderen.
"Je zou maar dreigen en niet op komen dagen in de Tour. 60 procent van de omzet valt dan weg. En de ploegen hebben schrik dat de ASO dan ook met dreigementen komt. Teams gedragen zich onderling ook als renners: eigen team eerst, zorgen dat ze op een goed blaadje staan bij de ASO", aldus Lagae.
Voor een eerlijkere sport, kunnen de ploegen ook al niet rekenen op de internationale wielerbond UCI. Meerdere bronnen in de sport verwijten de bond onder een hoedje te spelen met de ASO.
Omdat het wielrennen zo afhankelijk is van de Tour de France voor zijn populariteit, zou de bond hervormingen om het geld in de sport eerlijker te verdelen, tegenhouden of traineren.
Het gevolg is dat zelfs op het hoogste niveau ploegen ieder jaar weer in de rats zitten. "Een wielerteam draait voor zo'n 95 procent op sponsorinkomsten, dat is een fragiel businessmodel", zegt de Vlaamse hoogleraar. Dat ondervond de Franse ploeg Arkea vorig jaar nog. Toen de sponsor ermee ophield na slechte resultaten, werd de ploeg opgedoekt.
Iedere poging om zelf inkomsten te genereren, en zo meer te profiteren van de populariteit van de sport, wordt tegengehouden, vertelt Iwan Spekenbrink, ploegbaas van de Nederlandse World Tour-formatie Picnic-PostNL in gesprek met RTL Z.
Ploegen worden klein en machteloos gehouden, om de huidige status quo in stand te houden. Ploegen dragen 80 procent van de kosten van het wielerjaar, maar de inkomsten gaan aan hen voorbij, vertelt hij.
De zorgen leven zeker niet alleen bij Picnic-PostNL. Ook Richard Plugge, ploegbaas van de grootste Nederlandse ploeg Visma Lease-a-Bike, maakt zich al jaren druk over de situatie. "Veel relatief grote teams en ook organisatoren komen in de problemen", zei Plugge eerder dit jaar op de mediadag van zijn ploeg. "Het is aan de UCI om het businessmodel te veranderen."
De inkomsten komen nu nog voornamelijk terecht bij de familie Amaury, de aandeelhouder van de ASO Die organisatie zelf is al jaren geheimzinnig over wat er precies met de Tour wordt verdiend.
In de laatst beschikbare jaarrekening van de ASO wordt melding gemaakt van een winst van 18 miljoen euro op de Tour. Maar onduidelijk is of dat een getrouw beeld geeft en welke kosten daar vanaf zijn getrokken. Hoeveel er wordt verdiend met het verkopen van de uitzendrechten, de sponsorcaravaan en wat de start- en finishplaatsen betalen, wordt niet vermeld.
Hoogleraar Lagae schat dat bedrag op zo'n 150 tot 175 miljoen euro. "Allemaal belastinggeld dus", zegt Spekenbrink. Want de televisierechten worden in het wielrennen voornamelijk betaald door publieke omroepen, zoals de NOS.
Hoe weinig ploegen daarvan terugzien, blijkt wel als we inzoomen op het prijzengeld dat in de Tour te verdienen is. De totale prijzenpot bedraagt 2,3 miljoen euro. "Heel schamel", noemt Lagae dat. Het gaat om 1,5 procent van de inkomsten.
Bovendien strijken vooral de grotere (en rijkere) ploegen dat geld op. Vorig jaar jaar verdiende de UAE-ploeg van eindwinnaar Pogačar ruim 700.000 euro. Onderaan het lijstje bungelde het veel minder kapitaalkrachtige Cofidis, dat iets meer dan 15.000 euro verdiende.
"Die prijzen worden ook al jaren niet geïndexeerd. Acteurs in een veel te gevaarlijke en zware sport, krijgen slechts 1,5 procent. Via een verdeel-en-heers-strategie worden ze aan flarden gefietst. Het is heel bizar", zegt Lagae.
Ter vergelijking: bij tennistoernooi Roland Garros wordt 14 procent van de inkomsten verdeeld onder de deelnemers. De tennisbonden eisen van organisatoren dat zij een fors percentage overmaken naar de spelers. Die rol kan of wil de UCI in het wielrennen niet op zich nemen.
Ook de steden en dorpen die betalen aan de ASO, doen dat uiteraard met publiek geld. Vooral voor het binnenhalen van het 'Grand Départ' (de start van de Tour de France) worden grote bedragen betaald, met steun van de landelijke overheid.
Wat Spekenbrink betreft is het eigenlijk 'niet meer te verantwoorden en niet van deze tijd' dat juist het geld van de belastingbetaler naar één Franse familie stroomt, en dat 'de ploegen met hun renners die het evenement tot een wedstrijd maken en die zo tot leven brengen, daar in het geheel niet in meedelen'.
Toch is er een sprankje hoop, want er wordt nu in ieder geval overleg gevoerd, zegt Mia Norrman, de ceo van de Amerikaanse World Tour-ploeg EF Education-EasyPost. "Er vinden momenteel gesprekken plaats om de duurzaamheid van het professionele wielrennen op de lange termijn te versterken", laat zij weten.
De ASO en de UCI reageerden niet op herhaalde verzoeken om commentaar van RTL Z.

) wel overstag moeten gaan.