De commerciële walvisjacht in IJsland is na een pauze van twee jaar officieel hervat. Afgelopen week keerde een walvisjachtschip terug met de eerste twee gedode vinvissen van het seizoen. De hervatting leidt tot felle kritiek van internationale dierenrechtenorganisaties.
De vangsten, die zijn bevestigd door de IJslandse publieke omroep RÚV, markeren het einde van een tweejarig moratorium in de sector. Deze pauze werd destijds ingegeven door een sterk dalende vraag naar walvisvlees en sterke concurrentie uit Noorwegen. De tijdelijke stop had bij dierenrechtenorganisaties de hoop gewekt dat het land definitief de commerciële walvisvaart de rug zou toekeren, maar de huidige vergunning loopt van 2025 tot en met 2029.
De vinvis is na de blauwe vinvis het grootste dier op aarde en is met uitsterven bedreigd. IJsland zou de afgelopen twintig jaar meer dan duizend walvissen hebben gedood, zoals beschreven in een onafhankelijk rapport van de IJslandse Voedsel- en Veterinaire Autoriteit uit 2023. In hetzelfde rapport stond dat vrijwel niemand in IJsland zelf het walvisvlees wil eten.
De timing van de hervatting ligt politiek gevoelig. Over slechts twee maanden stemt de IJslandse bevolking in een referendum over toetreding tot de Europese Unie. In tegenstelling tot IJsland hanteert de EU een strikt anti-walvisvaartbeleid. Volgens Humane World for Animals maakt de IJslandse overheid de toetredingsonderhandelingen hiermee 'belachelijk'. De organisatie eist dat het land de jacht permanent staakt als het lid wil worden.
Tegelijkertijd groeit ook het binnenlandse verzet. Peilingen wijzen uit dat een meerderheid van de IJslanders inmiddels tegen de walvisjacht is. Vlak voor het vertrek van het walvisjachtschip eerder deze week ketende een demonstrant zich vast aan de mast van het schip, waarna de politie moest ingrijpen.
Dit jaar heeft de overheid quota ingesteld voor het aantal walvissen dat gedood mag worden. Er mogen maximaal 150 vinvissen worden gedood, een daling van 28 procent ten opzichte van eerdere quota, en maximaal 168 dwergvinvissen, een daling van 23 procent.
IJsland behoort samen met Noorwegen en Japan tot de enige drie landen wereldwijd die de commerciële walvisvangst nog toestaan, waarmee zij het moratorium van de Internationale Walvisvaartcommissie (IWC) uit 1986 negeren.
De IJslandse jacht – die uitsluitend wordt uitgevoerd door het bedrijf Hvalur hf – staat echter zwaar onder druk. Japan was historisch gezien de grootste afnemer van walvisvlees, maar die exportmarkt is grotendeels stilgevallen. Japan heeft zijn eigen vloot uitgebreid, kampt met een gebrek aan lokale vraag en heeft gigantische eigen voorraden opgebouwd. Zelfs in de IJslandse toeristenrestaurants is het walvisvlees op de menukaart tegenwoordig meestal afkomstig uit Noorwegen.
Voor de dierenrechtenorganisaties is er wel een politieke stip op de horizon: de IJslandse minister van Industrie, Hanna Katrín Friðriksson, heeft toegezegd dit najaar een wetsvoorstel in te dienen dat de walvisjacht definitief moet verbieden.

