In mei kan je in het bos niet alleen genieten van fluitende vogels en ritselende bladeren, maar ook van een verrassend concert van... vallende rupsenkeutels!
In het voorjaar zijn de jonge blaadjes aan bomen lekker mals en voedzaam. Rupsen smullen ervan. Nachtvlinders zijn nu nog rupsen die erg actief zijn en zich rondeten.
Het voorjaar is het perfecte moment om rupsen te gaan opzoeken. Er zijn nu drie soorten nachtvlinders die in grote aantallen voorkomen:
Grote wintervlinder: heeft een bruine kop en lichte strepen over zijn lichaam
Kleine wintervlinder: groen met witgele lengtestrepen, te vinden op loofbomen en struiken
Plakker: de plakker heeft ook haren en wordt dus vaak verward met de processierups, maar gelukkig is de plakker te herkennen aan zijn vier paar blauwe stippen, gevolgd door vier paar rode stippen op zijn rug.
Wil je zelf op zoek naar deze rupsen? Neem een vergrootglas mee en kijk goed naar de bladeren van loofbomen. Let op de kleuren en patronen van de rupsen. En vergeet niet te luisteren naar het unieke geluid van vallende rupsenkeutels, een echt lenteconcert in het bos!
