Een zieke werknemer van een Zuid-Hollandse bouwmarkt raakte zijn baan kwijt, nadat hij in een café van een vriend een avond glazen had opgeruimd en biertjes getapt. Volgens de rechter is hij ten onrechte op straat gezet, en heeft hij recht op bijna 19.000 euro aan ontslagvergoedingen.

Dat blijkt uit een uitspraak van de rechtbank Rotterdam. De werknemer werkte sinds 2020 als magazijnmedewerker bij bouwmaterialenhandel Esselink uit het Zuid-Hollandse Middelharnis. Begin maart 2025 raakte hij arbeidsongeschikt, omdat hij kampte met een tekort aan energie. Twee maanden later begon hij met re-integratiewerkzaamheden bij het bedrijf.

Eind juli 2025 werd de man echter door zijn werkgever op staande voet ontslagen, omdat hij was gespot toen hij op een feestavond werkzaamheden verrichtte in een café. Volgens de bouwmarkt was dat onverenigbaar met zijn arbeidsongeschiktheid. Het bedrijf vond het onacceptabel dat hij geen energie genoeg had voor zijn eigen werk, maar wel kon werken in een kroeg.

De magazijnmedewerker liet het er echter niet bij zitten, en stapte naar de rechter. Volgens hem had hij niet op straat gezet mogen worden, omdat hij slechts een bevriende kroegbaas had geholpen tijdens een druk streekfeest. Hij zou alleen maar glazen hebben opgehaald en biertjes hebben getapt, en daarvoor geen geld hebben ontvangen.

Uit de uitspraak blijkt dat de Rotterdamse kantonrechter hem grotendeels gelijk heeft gegeven. De rechter zegt wel te begrijpen dat de werkgever 'in zekere mate verontwaardigd' was toen zij vernam dat de energiearme werknemer zichzelf wél in staat achtte om in de kroeg te werken.

Ook begrijpt de kantonrechter dat dit tot onrust en 'grote verontwaardiging' bij zijn collega's leidde, zoals het bedrijf tijdens de rechtszaak stelde. Toch is dat volgens de rechter niet voldoende voor de 'zeer zware sanctie' van ontslag op staande voet.

De vraag of het werk in de kroeg te belastend is voor de zieke werknemer, is volgens de kantonrechter 'in beginsel een medisch oordeel'. De werkgever had de bedrijfsarts daarover moeten laten oordelen, in plaats van dat zelf te doen. Ook vindt de rechter dat het bedrijf in dit geval had moeten kiezen voor een lichtere sanctie, zoals een waarschuwing of een loonstop.

Dat betekent dat de bouwmaterialenhandel de magazijnmedewerker ten onrechte op staande voet heeft ontslagen. Omdat de man zijn baan niet terug wil, moet de voormalige werkgever hem nu een trits aan ontslagvergoedingen betalen.

In de eerste plaats krijgt de ontslagen medewerker een transitievergoeding, van bijna 5600 euro. Ook moet zijn voormalige werkgever hem zijn loon tijdens de opzegtermijn betalen, nog eens ruim 3100 euro. Ten slotte heeft de man ook recht op 10.000 euro aan schadevergoeding wegens onterecht ontslag. Dat betekent dat de magazijnmedewerker bijna 19.000 aan ontslagvergoedingen opstrijkt.

Daarnaast moet de bouwmaterialenhandel opdraaien voor zo'n 4500 euro aan juridische en proceskosten van de man. Daarmee komt het totale prijskaartje voor het ontslag voor de werkgever op ruim 23.000 euro.