Flink wat ophef binnen de Joodse gemeenschap vanwege een actie in Kampen. Daar waren twee oren van een dier aan een lantaarnpaal voor het plaatselijke synagogegebouw gehangen. ‘Antisemitische intimidatie’ was al snel de conclusie. Maar die bleek behoorlijk voorbarig.

Een schandaal met als doel de Joodse gemeenschap te kwetsen, dat dacht het Centrum Informatie en Documentatie Israel (CIDI) te hebben ontdekt in Kampen. Het CIDI kreeg een melding dat onbekenden op de Joodse rouwdag Tisha b’Av varkensoren hadden opgehangen voor de synagoge in Kampen.

Het CIDI deelde een foto van de situatie. En inderdaad: er hingen twee oren van een dier aan de lantaarnpaal voor het voormalige gebedshuis. ‘Deze antisemitische intimidatie doet denken aan de donkerste periodes van de geschiedenis’, schreef het CIDI in een begeleidend bericht op Twitter.

Maar van intimidatie of Jodenhaat was helemaal geen sprake, bleek al gauw. Sterker: het betrof ook geen varkensoren, maar koeienoren. Ze waren onderdeel van een kunstproject van het Stedelijk Museum Kampen. Ook voor de ingang van het museum hangen meerdere exemplaren.

Het CIDI voelde zich dan ook al snel genoodzaakt haar eerdere verhaal te rectificeren. ‘CIDI betreurt het misverstand rond het kunstproject en waardeert de inzet van het Stedelijk Museum voor de Joodse geschiedenis van Kampen.’

Hoewel het ophangen van de oren dus geen antisemitische lading heeft, noemt het CIDI de actie wel ‘uiterst ongevoelig en ondoordacht’. Volgens het centrum is het museum dusdanig geschrokken van de ophef, dat het overweegt de koeienoren bij de synagoge te verwijderen.