8.2. Gebroken roek De roek of kraai is in onze eigen regio, aan de andere kant van de grote stad. Het is een bekend straat, een zijweg van de grote doorgaande allee. Van te voren bellen we naar de melder, we kunnen komen, ze zijn thuis. Het blijkt een adres te zijn waar ik al eens eerder geweest ben, als ik me goed herinner voor een aangereden duif. Ook hier wordt er vrijwel onmiddellijk opengedaan, ditmaal door een pubermeisje. Zij gaat ons voor naar de achtertuin, daar zit de roek, het is inderdaad een roek en geen kraai, in een kartonnen doos. Beest er uit halen en bekijken. Grote open wond onder de oksel van de rechtervleugel, maar voor de rest zo op het oog in orde. We nemen het dier mee terug naar de bus. Daar komt net moeders aanlopen. Die was net de hond aan het uitlaten. Zij vertelt dat het dier hulpeloos op straat lag te spartelen en dat voorbijgangers het beest lieten liggen, on het motto: “Daar is toch niets meer aan te doen”. Misschien is dat zo, maar dan kun je zo’n beest allicht uit z’n lijden verlossen. Wij gaan in ieder geval met de roek naar de opvang om het te laten beoordelen. Op de opvang zijn ze meer deskundig dan wij. Terug in de bus bellen we de opvang. “Kom maar door” zegt die, ik ben er nu toch, dan kan ik hem gelijk bekijken. Het is maar een kort stukje naar de opvang. Daar presenteren we de roek aan de beheerder. Die bekijkt het dier en constateert dat de vleugel toch echt gebroken is. Véél te bewegelijk. Daar is niets meer aan te doen, die wordt ingeslapen. Met de zwaluw nog in de bus rijden we naar de andere opvang. Daar aangekomen krijgen we te horen dat het diertje waarschijnlijk niets mankeert. Moet alleen op krachten komen. Hoe ze dat doen met een insecteneter als een zwaluw, daar mogen ze op de opvang het hoofd over breken. Wij gaan terug naar huis. |