Grote bezuinigingsrondes op de ambtenarij zijn een populair middel onder politici om te snoeien in overheidsuitgaven. Uit onderzoek van NRC blijkt dat dit makkelijker gezegd is dan gedaan. Bezuinigingen van opeenvolgende kabinetten in de afgelopen decennia hebben niet geleid tot een daling van het aantal ambtenaren: dat is in 12 jaar juist met ruim 40 procent gegroeid. Concreet gaat het om een stijging van zo’n 109.000 fte naar 160.000 fte in de afgelopen twaalf jaar, aldus NRC.
Frits van der Meer, hoogleraar aan de Universiteit Leiden, nuanceert deze groeicijfers wel tegenover NRC. Zo stelt hij dat het aantal ambtenaren als percentage van de bevolking een langere periode gelijk bleef. Alleen in de laatste jaren was er op dit vlak een stijging van 0,1 procentpunt te zien, wat gelijkstaat aan duizenden banen.
De wens om in het ambtenarenbestand te snijden is niet nieuw. Zo wilde Wim Kok (premier van 1994 tot 2002) dat doen door overheidsdiensten te privatiseren, zette Balkenende (2002 – 2010) vooral in op verdere digitalisering, terwijl kabinet Jetten zijn geld zet op AI.
Al met al mikt het kabinet-Jetten erop om tot wel 3,4 miljard euro te bezuinigen op de ambtenarij. Volgens de Algemene Rekenkamer – die de plannen van het kabinet onder de loep heeft genomen – is dit alleen te realiseren wanneer er dit keer daadwerkelijk 'moeilijke politieke keuzes' worden gemaakt.
Experts die het NRC sprak wezen er op dat de grootste fout die tot nu toe met zulke bezuinigingen gepaard ging was dat ministeries zelf verantwoordelijk bleven voor het realiseren van de bezuinigingen.
Hierdoor kwamen ministeries telkens met het bedrag op de proppen dat bezuinigd moest worden door bijvoorbeeld werkborrels te versoberen, of een tijdelijke vacaturestop in te lassen.
De lastige keuzes die noodzakelijk waren om op de lange termijn een gebalanceerd budget te hebben – zoals efficiënter werken of burgers beter bedienen – bleven daarbij grotendeels buiten schot.
Bernard ter Haar, oud-directeur-generaal bij het ministerie van Sociale Zaken, vertelde aan het NRC dat er bij zulke bezuinigingsoperaties dan ook als eerste gebruik werd gemaakt van de zogeheten 'kaasschaafmethode'.
Hierbij werd er volgens Ter Haar 'overal een plakje afgehaald' – zoals minder gehuurde externe locaties – om het zo te 'proberen uit te zingen'.
Een ander probleem dat hierbij komt kijken is dat deze vorm van bezuinigen er voor zorgt dat organisaties geraakt worden 'die beter uitgezonderd kunnen worden', aldus Eduard Schmidt, universitair docent bestuurskunde. Zo kunnen dergelijke operaties volgens Schmidt juist uitvoeringsorganisaties te hard raken.
Oud-topambtenaar Ter Haar wijst er bij de NRC dan ook op dat een goede bezuinigingsronde zowel een financieel doel als een doel in het verminderen van het aantal ambtenaren moet stellen. Zo zou je onoverzichtelijke bezuinigingen voorkomen, en vermijd je het risico op externe inhuur op de langere termijn.
Het Centraal Planbureau (CPB) heeft daarnaast gekeken naar wat er realistisch bespaard kan worden door efficiënter te gaan werken. Het CPB rekent erop dat er met een zogeheten efficiencykorting 200 miljoen euro kan worden bespaard, wat bij lange na niet de beoogde besparing van 3,4 miljard euro oplevert.
Omdat het kabinet de geplande bezuinigingen niet gaat halen door uitsluitend in te zetten op efficiënter werken en een betere dienstverlening, pleiten het CPB en de Algemene Rekenkamer er daarom ook voor om scherpere keuzes te maken als het gaat om welk beleid prioriteit krijgt en écht uitgevoerd dient te worden.
