Het is geen geheim dat tickets voor het WK voetbal van deze zomer in de Verenigde Staten, Canada en Mexico voor astronomische bedragen worden verkocht. En alsof die prijzen nog niet ontmoedigend genoeg zijn voor supporters, blijkt nu dat zelfs één van de belangrijkste uithangborden van het toernooi weinig enthousiast is over de prijzen. In een interview met The New York Post zegt de Amerikaanse president Donald Trump dat ook hij geen 1000 dollar zou neertellen voor de openingswedstrijd van de Verenigde Staten tegen Paraguay volgende maand.
In een telefonisch interview reageerde Trump verbaasd op de prijzen die fans momenteel betalen voor de wedstrijd. 'Ik was niet op de hoogte van het bedrag', zei hij. 'Ik zou er zeker graag bij willen zijn, maar eerlijk gezegd zou ik het zelf ook niet betalen.'
Ondertussen heeft een Europese supportersgroep een klacht ingediend bij toezichthouders. Volgens de groep zijn de ticketprijzen 'buitensporig'. Fifa-president Gianni Infantino ziet dat heel anders. Volgens hem zijn de prijzen simpelweg marktconform. 'We moeten naar de markt kijken. We bevinden ons in de meest ontwikkelde entertainmentmarkt ter wereld, dus moeten we marktprijzen hanteren.'
Daarbij wijst Infantino erop dat tickets in de Verenigde Staten legaal mogen worden doorverkocht, waardoor prijzen snel oplopen. Hij verwijst naar de naar schatting 500 miljoen aanvragen voor WK-kaarten.
'Je kunt in de VS niet eens naar een universiteitswedstrijd gaan, laat staan naar een professionele topwedstrijd, voor minder dan 300 dollar', aldus Infantino, die zelf jaarlijks ongeveer 6 miljoen dollar verdient. 'En dit is het WK.'
Voor de finale deze zomer worden inmiddels bedragen tot 2,3 miljoen dollar per ticket gevraagd. Hoewel Fifa niet bepaalt welke prijzen verkopers hanteren, verdient de bond wel mee aan de doorverkoop: zowel koper als verkoper betaalt 15 procent commissie. Bij een verkoopprijs van 2,3 miljoen dollar zou Fifa daar dus bijna 690.000 dollar aan overhouden.
Ondanks de enorme ticketverkoop blijft de bredere economische impact van het toernooi voorlopig achter bij de verwachtingen. Fifa en de Wereldhandelsorganisatie schatten de totale economische opbrengst op zo'n 30 miljard dollar, maar hotelboekingen blijven flink achter op de kaartverkoop.
Volgens bijna 80 procent van de hotels in de Verenigde Staten ligt het aantal reserveringen lager dan vooraf werd verwacht. Sommige hotels spreken inmiddels zelfs van een 'non-event', blijkt uit onderzoek van brancheorganisatie AHLA.
Mensen uit de sector wijzen op visavertragingen, hoge reiskosten en geopolitieke spanningen als belangrijke oorzaken van de tegenvallende buitenlandse belangstelling.
Het WK van 2026 wordt gespeeld in drie landen. Aan het toernooi doen 48 landen mee, verspreid over 104 wedstrijden in 16 speelsteden. De finale staat gepland op 19 juli in het MetLife Stadium in East Rutherford, New Jersey.

