Dierenambulance #6 | |
| 27-01-26 12:43:20 - Quote! - @Emmo | Emmo Stamgast WMRindex: 71.669 OTindex: 28.845 |
1. Één voor de prijs van drie Alternatief voor een reclameslogan 1.1. Straatkat Het is kort na de kerst. Omdat de beschikbare vrijwilligers allemaal hun specifieke wensen hebben voor de feestdagen loopt de planning een beetje in het honderd, maar dankzij de niet aflatende zorgen (en hoofdpijn) van de coördinator is het toch nog goed gekomen. Alleen nog Oud en Nieuw en dan zijn de meeste van die problemen ook weer geschiedenis. Voor mij begint de dag met een dubbele melding. Centrale vermoed dat beide hetzelfde dier betreffen. Het gaat over een aangereden kat in een dorp in de andere regio. De ene geeft aan nabij een horecagelegenheid aan een kruispunt, de tweede een dijk aan een rivier met een huisadres. De tweede zou de kat midden op straat liggen, de eerste is niet gespecificeerd. Ik heb net de bus van de lader gehaald, de bus is van elektrische persuasie, die is, in het koude weer, zo vol als hij maar zijn kan. Ik stap in en rijd naar de bijrijder. Toen ik die opbelde om te zeggen dat er een dode kat op ons lag te wachten, mogelijk twee, belde ik haar uit bed. Zeker een latertje geweest gisteravond. Bijrijder is nog bezig aan te kleden als ik arriveer. Haar vriend is al wel in de kleren. Het aanbod van koffie sla ik af, er ligt wel een melding op ons te wachten. Ook al is het een dode kat, of twee, zo’n beest wil je zo vlot mogelijk van de straat hebben. Als bijrijder toonbaar is lopen we naar de bus en stappen in. Er is geen adres of telefoonnummer, alleen maar twee plaatsen war een dode kat zou liggen. Eerst maar degene waarvan we weten dat ‘ie midden op straat ligt. Nummer twee dus. Het is een goed half uur rijden. Als we onderweg zijn komt centrale met het bericht dat er nóg een melding binnengekomen is maar zij heeft die geïdentificeerd als zijnde dezelfde kat. Als we de laatste bocht opdraaien naar de dijk in kwestie krijgen we melding van Flitsmeister dat er een dood dier op de weg ligt. Dat zal de onze zijn. Ik minder vaart, en inderdaad, midden op onze rijbaan ligt een dode kat. Dankzij de fietsstrook kan ik de bus precies naast de kat neerzetten. Mooier gaat bijna niet. Flitsers en alarmlichten aan. Bijrijder grijpt de chiplezer voor het geval er nog een chip te lezen valt en ik haal al vast een zak uit de bus. Bijrijder leest de chip uit en haalt dan de spade uit de bus. Bijrijder schept de restanten van het dier in de zak. We staan heel dicht op de bus. Als er verkeer de bocht om komt en ze nemen een beetje ruimte staan we zo veilig genoeg. Met een paar tellen zijn we klaar. Spade schoonmaken en dat was dat. Als alles klaar is gaan we naar de eerste melding. Die is honderd meter verderop, precies bij de brug over de rivier. We hadden dus een dijk, en twee straten. Dat klopt heel aardig want precies op dat punt is een kruising. Mogelijk heeft de eerste melder zich honderd meter vergist. Voor alle zekerheid lopen we de brug over aan beide kanten en bekijken we het hele gebied van de kruising. Geen dode kat te bekennen. Het idee van de centrale dat alle drie de melding hetzelfde dier betroffen was hoogstwaarschijnlijk de juiste. We melden ons af en rijden naar het asiel. Daar leggen we de restanten van de kat in de vriezer. Vandaag is zondag en de milieustraat is dicht. Met de eerstvolgende gelegenheid kan het karkas meegenomen worden. We gaan naar huis. | |
| 27-01-26 13:30:00 - Quote! - @Spotcatus | Spotcatus Senior lid WMRindex: 108 OTindex: 131 Wnplts: Ede |
Was er geen eigenaar? Word het lijkje aan de eigenaar gegeven als die dat wil? | |
| 28-01-26 13:00:07 - Quote! - @Emmo | Emmo Stamgast WMRindex: 71.669 OTindex: 28.845 |
@Spotcatus: Als er geen eigenaar bekend is wordt het dier gedurende ten minste 14 dagen (wettelijke bewaartijd) bewaard. In die tijd wordt op sociale media en met andere vormen van publicatie geprobeerd toch nog de eigenaar te achterhalen. Als na die 14 dagen nog steeds geen eigenaar bekend is beland het bij de eerstvolgende gelegenheid in de kadaverbak van de milieustraat. Als de eigenaar wel bekend is kan deze het dier komen ophalen. Als de eigenaar, bijvoorbeeld via de chip, direct bekend is maken we een afspraak. Eigenaar kan naar de plek van het ongeval komen, we kunnen het dier thuisbrengen of we brengen het naar het asiel waar de eigenaar het kan komen ophalen. Als het dier heel erg beschadigd is, onherkenbaar, dan kunnen we er voor kiezen het dode dier direct weg te brengen. Laatste edit 28-01-2026 13:00 | |
| 28-01-26 13:02:15 - Quote! - @Emmo | Emmo Stamgast WMRindex: 71.669 OTindex: 28.845 |
1.2. Levend of dood? Rond de middag komt de tweede melding binnen. Dit keer geen bijrijder. Zij zou met haar stiefzoontje gaan kijken of er nog te schaatsen was. Het gaat om een kleine egel in de stad. Een kleine egel in een voortuin in het midden van de winter? Klinkt niet jofel. Egels horen dik en rond te zijn en niet rond te scharrelen. Ik haal de bus van de lader, die was nog lang niet volgeladen maar heeft wel voldoende capaciteit om deze rit te maken. Ik bel op naar de melder en zeg dat ik er met een half uurtje zal zijn. Zij antwoord dat ze dan nog wel thuis is. Oké. In de woonwijk waar ik zijn moet staat alles vol. Dan maar een garage blokkeren. Ik ben zo weer weg en als er precies op dat moment iemand uit moet kan ik de bus wat verplaatsen en anders wacht ‘ie maar even. Als ik de bus heb neergezet en ben uitgestapt staat mevrouw al in de voortuin te wachten. Onder een conifeer ligt, afgedekt met wat bladeren, de egel. Niet echt klein, een middelmaatje. Opgerold en wel. Ik heb geen verstand van die beesten maar als je het mij vraagt is ‘ie of diep in winterslaap of hij is dood. Mevrouw weet het ook niet. Ze had bakjes met water en voer neergezet, maar dat kan opgegeten zijn door een kat uit de buurt. Als je het niet weet neem je het zekere voor het onzekere. Naar de opvang er mee. Ik vertel mevrouw waar ik het dier heen breng, leg het beestje in een bakje en ga terug naar de bus. Daar weeg ik het dier. 600 gram. Aan de kleine kant maar niet erg klein. Normaal is 800 tot 1200 gram. Maar in deze tijd, aan het begin van de winter, kunnen ze beter zwaarder zijn dan lichter. Dan bel ik de opvang. Eerste vraag van de opvang is of ‘ie leeft of dood is. Ik zeg dat ik er geen idee van heb. Hoe diep is de winterslaap van een egel? Opvang zegt dat ik het diertje in hok D kan plaatsen. Daar zit al een egel in onder een warmtelamp. Dan zijn ze met z’n tweetjes, maar dat moet dan maar. Egels zijn van nature solitair. Zo gezegd zo gedaan egeltje in hok D bij zijn collega, formuliertje met de wasknijper aan het hok vastgemaakt en ik kan weer op huis aan. | |
| 29-01-26 17:43:40 - Quote! - @Emmo | Emmo Stamgast WMRindex: 71.669 OTindex: 28.845 |
1.3. Schuim op de bek Wat later in de middag een melding over een ekster. Het dier zou schuim aan de bek hebben en er niet best aan toe zijn. Ik overleg met centrale of het waard is om er naar toe te gaan. Natuurlijk is het dat. Zo lang het dier leeft zeker. Ik spring in de bus en haal eerst bijrijder op. Bijrijder belt met de melder om te vertellen dat we er aan zitten te komen. Melder twijfelt ook. Gaat nog even kijken naar het dier, maar hij beweegt nog. Bijrijder praait door dat we hoe dan ook komen. Ook als het dier overleden is rijden we door. Dan nemen we het dode beest uit handen van de melder. Wij weten beter wat er mee te doen dan melder. Het is niet helemaal volgens protocol, dode wilde dieren horen in deze gemeente niet tot onze taak, die zijn voor de gemeente. Maar met zoiets moet je flexibel omgaan (volgens de gevleugelde woorden van de personeelschef van mijn laatste werkgever). Melder is duidelijk opgelucht. We komen bij het adres. Een gewoon huis in een gewone wijk. Mevrouw doet open: “komt u verder, hij ligt in de achtertuin”. In de achtertuin ligt naast een tuintafeltje een ekster op z’n zij te spartelen. Hij leeft nog, zoveel is duidelijk. Maar wat of het dier mankeert? In ieder geval niet consistent met vogelgriep. Tijdens de rit is bijrijder druk geweest met naspitten wat het dier zou kunnen mankeren. Het meest waarschijnlijk, volgens Google, is een vergiftiging of een ingewandsstoornis. Dan zullen we het daar maar op houden. We praten nog even met mevrouw de melder. Beest in ‘t bakkie en dan nemen we afscheid. We gaan terug naar de bus. Daar bellen we met de opvang in de grote stad. De opvang hier in de stad is huiverig voor vogels in verband met de vogelgriep en in de grote stad hebben ze meer en betere faciliteiten. Opvang in de grote stad antwoordt, na de nodig vragen, dat we langs kunnen komen maar dat er niemand aanwezig is. Het is zondag laat in de middag. We kunnen het dier in een lege couveuse plaatsen in de quarantaineschuur. Als we op de opvang zijn lopen we direct door naar de quarantaineschuur. Daar zetten we het dier in de lege couveuse. Beest dondert gelijk op z’n zij. Die is nog lang niet de oude. Maar hier is ‘ie in ieder geval in goede handen. | |
| 30-01-26 08:53:44 - Quote! - @Emmo | Emmo Stamgast WMRindex: 71.669 OTindex: 28.845 |
1.4. Sneeuwhond Laat in de middag, het is al donker en het sneeuwt lekker, gaat de telefoon. Iets over een dode kat in de andere regio die morgen opgehaald moet worden. Is niet voor mij, morgen rijdt de andere bus. Maar tegelijk vertelt centrale dat er een hond gevonden is bij de grote provinciale weg. Is niet voor ons, maar politie is onderweg om het dier veilig te stellen. Een half uurtje later gaat de telefoon weer. Ik mag toch aan de bak. De hond van de vorige alinea ophalen. Ik krijg de plaats, voor mij een welbekende plek aan de grote weg. Er is een poging gedaan om de chip van de hond uit te lezen, maar dat is mislukt. Dat ga ik dan ook nog eens proberen en als het mij ook niet lukt dan gaat het beest naar het asiel. Ik zeg tegen centrale dat ik er met een half uur zal zijn, misschien iets meer in verband met de sneeuw en de gladheid. Ik ben een kilometertje of drie onderweg als de handsfree gaat. Omdat de aanrijtijd wat langer zou duren heeft iemand de hond meegenomen naar zijn huisadres. Of ik het dier daar wil ophalen. Dat kan uiteraard. Ik herprogrammeer de navigator, stembesturing is in een geval als dit ideaal, en rij verder. De wegen zijn prima gestrooid en ik kan een goed behoud maken. Na tien kilometer gaat de telefoon weer. Er heeft iemand naar de centrale gebeld omdat ‘ie z’n hond kwijt was. Plaats, ras en kleur van de hond komen overeen met het beest waar ik naar toe onderweg ben. Of centrale het adres aan de beller kan geven. Wat mij betreft wel. Misschien zijn er issues op het gebied van privacy, maar hier gaat het er om dat het beest zo vlot mogelijk bij zijn baasje terug komt. Ik rijd verder voor het geval er toch nog problemen of onduidelijkheden ontstaan. Als ik bij het adres aankom staan er twee mannen te praten. Als ik de bus parkeer zwaait één van hen naar mij. Ik grijp chiplezer, pen en papier en stap uit. De zwaaier komt naar me toe, de ander gaat het huis in. De zwaaier blijkt de eigenaar van de hond. Ik vraag of alles in orde is. Dat is het. Dolblij en opgelucht dat zijn hond terecht is. Hij vertelt dat het dier in paniek is geraakt door vuurwerk en met de neus de deurklink heeft opgelicht en zo er van tussen gegaan is. Goed, als iedereen tevreden is, dan ben ik het ook. Mijnheer gaat naar zijn auto, ik stap in de bus en sluit de rit administratief af. Dan vertrek ik ook richting huis. Busje aan de paal en een seintje naar de centrale dat ik weer thuis ben. | |