Op papier was moeder de baas, maar volgens de curator gebruikte haar zoon zorgbureau MSE jarenlang als pinautomaat. Toen het faillissement werd uitgesproken, was de stichting leeg. De zorg was al lang gestopt, maar het geld bleef verdwijnen.
Stichting MSE was op de dag van het bankroet volledig leeg. De werkzaamheden waren toen al lang gestaakt, maar het zorgbureau bleef volgens de curator nog bijna twee jaar bestaan, "tot echt al het geld op was". Dat blijkt uit het laatste faillissementsverslag van curator Cander van der Veer.

MSE werd officieel geleid door de moeder. In de praktijk was het volgens de curator haar zoon die de dienst uitmaakte.
De zoon zegt dat hij de leiding had overgenomen, omdat zijn moeder gezondheidsproblemen had. Maar volgens Van der Veer is er geen aanwijzing dat de vrouw ooit een rol van betekenis heeft gespeeld. Ze kreeg ook nooit salaris of een managementvergoeding.
De vrouw was volgens de curator alleen 'op papier' eigenaar van het zorgbureau. Haar zoon ontving ondertussen "aanzienlijke bedragen voor zijn werkzaamheden", schrijft Van der Veer in zijn verslag.

Uit onderzoek werd duidelijk dat de zoon telkens geld uit de bedrijfskas haalde. Er werd niet alleen contant geld opgenomen, maar er werden ook privé-uitgaven gedaan op kosten van de onderneming.
De curator meent dan ook dat MSE "werd gebruikt als pinautomaat", zo schrijft hij.

Ook de vader van het gezin was actief in de zorg. Hij had enkele jaren geleden een eigen zorgbureau. Dat bedrijf werkte nauw samen met MSE. De twee zorgaanbieders zaten op hetzelfde adres in Enschede en wisselden personeel uit.
Waar het zorgbedrijf van de vader zich richtte op ouderenzorg, zou MSE zich bezighouden met de begeleiding van jongeren met een verstandelijke beperking. Al kwam MSE nooit echt goed van de grond.
De vader kwam in 2019 in het nieuws, toen bleek dat hij als zorgdirecteur een kwart miljoen euro had uitgeleend aan familie en bekenden. Dat geld ging onder meer naar de aankoop van onroerend goed.
De gemeente Enschede zegde het contract met zijn zorgbureau op. Dat gebeurde nadat bleek dat het bureau tekortschoot in de begeleiding van 46 cliënten in Enschede, Hengelo en Oldenzaal.
Het zorgbedrijf van de vader bestaat nog steeds, maar heeft inmiddels een volledig nieuwe directie. Het heeft niets meer te maken met de rechtsvoorganger.

MSE draaide een jaaromzet van tussen de drie en drieënhalve ton, maar boekte al sinds 2019 verliezen. Al ging het pas echt mis toen de Belastingdienst beslag liet leggen op bedrijfsbezittingen. Juist rond dat moment stapten ontevreden zorgcliënten over naar een andere zorgaanbieder, waaronder ook het zusterbedrijf van de vader.
Volgens de curator hadden de moeder (als statutair bestuurder) en haar zoon toen meteen al moeten ingrijpen, maar ze ondernamen geen enkele actie richting schuldeisers. "Ze hadden klaarblijkelijk gehoopt dat een en ander wel zou overwaaien."
Een volgens de curator "wonderlijke gedachte".

Het doek viel uiteindelijk pas voor MSE toen het pensioenfonds in september 2024 het faillissement aanvroeg. Intussen had de Belastingdienst vlak voor het bankroet nog een naheffingsaanslag van een kleine 20.000 euro opgelegd "wegens fraude en valsheid in geschrifte", meldt de curator.
En wat later ook bleek: terwijl de bedrijfsactiviteiten allang waren gestaakt, had MSE nog anderhalf jaar lang een Renault Clio in gebruik.

Voor de curator was het vervolgens een hele toer inzicht te krijgen in de geldstromen. Nadat hij erop had aangedrongen dat hij de administratie moest hebben, werden er twee computers ingeleverd. Alleen bleken die helemaal leeg.
Pas na een nieuw gesprek leverde de zoon uiteindelijk de administratie in. Onderzoek wees echter uit dat complete jaargangen met terugwerkende kracht boekhoudkundig werden verantwoord.
De curator nam daarop een gespecialiseerde forensisch accountant in de arm. Uit diens onderzoek werd onder meer duidelijk dat het banksaldo niet aansloot op de boekhouding, dat de jaarrekeningen niet deugden en de administratie achteraf is gevoerd. Zelfs pas "nadat de jaarrekeningen al waren opgesteld", schrijft de curator.

Voor de curator is dat reden om de moeder als statutair bestuurder privé aansprakelijk te stellen. Omdat haar zoon het zorgbureau in de praktijk leidde, is ook hij aansprakelijk gesteld.
De totale schuldenlast bedraagt ruim 240.000 euro. De Belastingdienst heeft een vordering van ruim twee ton. Daarnaast hebben drie schuldeisers zich gemeld met een gezamenlijke claim van ruim 43.000 euro.
Nadat de curator beslag had laten leggen op bezittingen van de moeder en de zoon, troffen zij een financiële regeling met hem. Samen betaalden zij een ton.
Daarna trok de curator de aangekondigde gerechtelijke procedure in. Het faillissement wordt de komende tijd afgewikkeld.