Een ontslagen fraudeur heeft geluk gehad: zijn voormalige werkgever was te laat met het indienen van een schadeclaim. Daardoor hoeft de man de schade die hij zijn baas berokkende niet te betalen.

En die schade was flink in de papieren gelopen. Zijn oude werkgever eiste maar liefst 291.492,45 euro van de man, die tot eind 2017 in dienst was als projectleider. In de zomer van dat jaar werden er 'onregelmatigheden' gesignaleerd in de boekhouding.

Het bedrijf schakelde vervolgens een recherchebureau in. Uit hun onderzoek bleek dat de man materialen kocht op rekening van de zaak en deze vervolgens aan anderen doorverkocht. De opbrengst stak hij 'in eigen zak'. Deze 'verduistering, diefstal, oplichting en/of fraude' was reden om de man op staande voet te ontslaan op 13 december 2017.

De man vocht dit ontslag aan, bij de kantonrechter. Die oordeelde 28 juni 2018 dat het ontslag terecht was. Het bedrijf verzuimde op beide data een schadevergoeding te eisen. En dat komt hen nu duur te staan.

Want ook nadat het ontslag in mei 2023 werd bekrachtigd door het gerechtshof in Amsterdam, ging het bedrijf niet achter het geld aan. Dat gebeurde pas in april 2025. Te laat, oordeelt de kantonrechter in Alkmaar. De verjaringstermijn voor dit soort zaken is vijf jaar.

Volgens het bedrijf kon het niet eerder een schadeclaim indienen, omdat de exacte schade nog niet bekend was. Daarnaast wilde het bedrijf de rechtszaken over het ontslag afwachten. Niet nodig, volgens de kantonrechter. Het bedrijf wist namelijk in december 2017 al wel dát er schade was en wie ervoor verantwoordelijk was. Dat had ook als bij-effect gehad dat de teller voor de verjaringstermijn op pauze was gegaan zolang de andere rechtszaken liepen.

In juni 2018 was het vonnis over het ontslag een volgende logische gelegenheid geweest om de schade te claimen. Vanaf die data ging de verjaringsteller dus lopen, aldus de kantonrechter. En niet pas in mei 2023. Het gevolg daarvan is dat de man de schadevergoeding niet hoeft te betalen.

In plaats daarvan draait het bedrijf op voor de juridische kosten van ruim 2000 euro.