Een rustige treinrit van Zwolle naar Groningen veranderde vorig jaar in een angstaanjagend tafereel toen een 37-jarige man uit Houten plotseling twee medepassagiers aanviel met een injectienaald. De intercity kwam na een noodremactie tot stilstand in Meppel, terwijl reizigers in paniek alarm sloegen.
Volgens justitie verkeerde de verdachte vermoedelijk in een psychose. Toch bleef tijdens de rechtszaak in Assen veel onduidelijk, mede omdat de man zelf niet verscheen. Zijn slachtoffers deden dat wel.
De verdachte stapte in Zwolle in de trein en ging recht tegenover een van de latere slachtoffers zitten. De man keek hem volgens de aangever lange tijd strak aan. Plotseling sloeg de sfeer om.
"Ineens stond hij op en riep hij: 'Jij was het, jij was het!'", vertelde het slachtoffer later aan de politie. Daarna begon de verdachte direct op hem in te slaan. Terwijl hij zijn armen voor zijn gezicht hield om zich te beschermen, zag hij iets glinsteren. "Ik zag een afgebroken naald in mijn hand."
Vrijwel direct daarna richtte de man zich op een tweede passagier. Die wist zijn aanvaller van zich af te schoppen en vluchtte door de coupé. Even later ontdekte hij dat hij bloedde aan zijn been.
Door de chaos in de trein trok iemand aan de noodrem. De intercity kwam ter hoogte van station Meppel abrupt tot stilstand. De verdachte vluchtte het station af, maar werd later door agenten aangetroffen in een sloot.
In zijn achterzak vonden agenten meerdere injectiespuiten. Volgens het dossier had de man die nog uit zijn periode als vrijwilliger bij het Rode Kruis.
Tijdens het incident zou de verdachte hebben geroepen: "Ze hebben mij lucht ingespoten, dat is poging tot moord." Wat hij daarmee bedoelde, bleef onduidelijk. Omdat hij niet op de zitting verscheen en niet wilde meewerken aan psychiatrisch onderzoek, kon de rechtbank hem daar niet verder over bevragen.
Voor de slachtoffers had het incident grote gevolgen. Uit angst voor besmetting met hiv of hepatitis moesten zij geruime tijd preventieve medicatie slikken. Uiteindelijk bleek de verdachte niet besmet.
"Ook al klinkt mishandeling misschien vreemd voor de aangevers, zij hebben doodsangsten uitgestaan", zei de officier van justitie tijdens de zitting.
Volgens haar kan poging tot zware mishandeling niet bewezen worden. Onderzoek wees uit dat "willekeurig prikken niet betekent dat er lucht wordt geïnjecteerd". Daarvoor zou volgens de aangeefster gericht in een ader bij het hart moeten worden geprikt.
De officier eiste daarom een gevangenisstraf van 96 dagen, gelijk aan het voorarrest dat de verdachte al heeft uitgezeten.
Uit het dossier blijkt dat de man in die periode kampte met een drugsverslaving en in zijn woonomgeving voor overlast zorgde. Omdat hij nergens aan wilde meewerken, kon geen psychologisch rapport worden opgesteld en bleef een verplichte behandeling buiten beeld.
Na een eerdere zitting in september werd de verdachte vrijgelaten in afwachting van de inhoudelijke behandeling van de zaak. Sindsdien hebben justitie en de advocaat geen contact meer met hem gehad.
De rechtbank doet over twee weken uitspraak.
