Na een klinkklare overwinning van Péter Magyar bij de Hongaarse parlementsverkiezingen door campagne te voeren tegen corruptie en nepotisme onder leiding van huidig premier Viktor Orbán, komt de aanstaande premier met een opvallende justitieminister. Hij heeft zijn zwager de belangrijke post gegeven, waarbij die onder meer verantwoordelijk wordt voor juridische hervormingen.
De zwager, Melléthei-Barna, is een van de meest trouwe aanhangers van Magyar en tegelijkertijd ook nauw betrokken bij de totstandkoming van de Tisza-partij, mede dankzij een financiële investering. Zo was hij een van de allereerste leden, stond hij hoog op de kandidatenlijst om in het parlement te komen en heeft hij ook de juridische leiding over de partij.
Het is dan ook niet zo dat dat Magyars zwager helemaal geen ervaring heeft op het gebied van justitie en recht. Zo heeft hij rechten gestudeerd en werkte hij jarenlang in de sector. Zo begon zijn juridische carrière bij het Amerikaanse Center for Justice and International Law, een burgerrechtenorganisatie gratis juridische bijstand verleent. Later werkte hij bij advocatenkantoren en specialiseerde hij zich onder meer in commercieel recht. In 2020 begon hij zijn eigen advocatenkantoor.
Melléthei-Barna was ook Magyars advocaat in rechtszaken tegen de Hongaarse overheid. Zo probeerde de Orbán-regering met propaganda het beeld te schetsen dat de aanstaande premier onderdeel uitmaakte van de Hongaarse miljardair en filantroop George Soros, voor de uiterst rechterflank van het politieke spectrum een vaak genoemde schuldige van progressieve ontwikkelingen in de wereld.
Straks krijgt Melléthei-Barna dus de verantwoordelijkheid over het complete juridische systeem in Hongarije. Magyar geeft hem de opdracht om 'de rechtsstaat en de rechtszekerheid te herstellen' en voor 'het creëren van een wettelijk kader dat de teruggave mogelijk maakt van EU-gelden die toekomen aan het Hongaarse volk'. Dat moet er ook voor zorgen dat Hongarije miljarden euro's aan Europese subsidies kan ontvangen. Dat geld wordt nu door Brussel tegengehouden vanwege tanende onafhankelijkheid van het rechtssysteem in Hongarije onder premier Orbán.
