Een illustere cafémoord in 1723 in havenstad Vollenhove is legendarisch, zelfs ook al verfilmd. Wat er met de moordenaar gebeurde en waar het moordwapen was gebleven, bleef echter lang onduidelijk. Tot nu toe. Stadshistoricus Henk van Heerde legde de puzzelstukjes in elkaar, en ontrafelde zo drie eeuwen aan vergetelheid.
Ietwat voorovergebogen naast de vitrine, kan stadshistoricus Henk van Heerde de puntige degen goed bestuderen. Het lijkt een onschuldig voorwerp, maar er kleeft bloed aan. Hoewel, dat is na 303 jaar natuurlijk niet meer te zien. „Een heel bijzonder object”, zegt Van Heerde ietwat liefkozend. Als hij het voorwerp uit zijn glazen omhulsel zou mogen halen om het even te betasten, zou hij dat zonder meer doen.
Maar dat is niet de bedoeling, want dit is een bijzonder museumstuk, dat het Stadsmuseum in Vollenhove sinds kort rijk is. „Wat er vooral opmerkelijk aan is?”, vervolgt Van Heerde. „Nou, dat zie je toch? Hij is volledig kromgebogen. Bewust onklaar gemaakt dus.”
Foto
Daar kan zelfs een argeloze bezoeker niet omheen. De degen is duidelijk zodanig aangepast dat ’ie niemand meer kan verwonden. „Dat gebeurde vroeger wel vaker, meestal na een rechtspraak. Bijvoorbeeld door de schout, die daarmee het wapen onschadelijk maakte.” Vijftien jaar geleden dook het wapen op, tijdens archeologisch veldwerk in Vollenhove, uitgevoerd door bureau Raap. Op de plek waar in vroeger tijden herberg De Witte Arend stond - net buiten de omheining van de stad, troffen de onderzoekers het instrument aan in een beerput. Samen met potten en scherven die verwijzen naar de verblijfplaats van de schout in diezelfde herberg. „En daar hebben we het eerste feit in mijn ’politie-onderzoek’ te pakken”, zegt Van Heerde lachend. „Het wapen is gevonden op de plek waar de schout rechtsprak.”
De archeologen wisten dat ook en concludeerden dat het wapen mogelijk expres door de schout onklaar was gemaakt. Dat gebeurde bijvoorbeeld vaak als onbekende bezoekers de stad bewapend binnen wilden komen. „Dus die conclusie staat ook in het onderzoeksrapport. We zouden hier te maken hebben met een wapen van iemand die de stad in wilde komen. De degen werd in beslag genomen en is bewust onklaar gemaakt. Einde verhaal.” De degen werd vakkundig gerestaureerd en belandde jaren in de donkere diepten van het provinciaal depot in Deventer, waar geen bezoeker aan te pas kwam.
Van Heerde: „Waar de archeologen echter géén rekening mee hebben gehouden, is het bekende verhaal van de cafémoord in januari 1723, díe link is nooit gelegd. Terwijl daar best veel over bekend is.” Hij doelt op het eerder al uitgezochte verhaal over Willem Bernars, die op 10 januari dat jaar tijdens een hoog opgelopen ruzie zijn zwager Dirk Annaeus ten Broeke plots doodstak met zijn degen. „Eigenlijk niet per se moord, eerder doodslag”, nuanceert de stadshistoricus. „Want ik denk dat Bernars niet met opzet zijn zwager doodde. Er was natuurlijk ook drank in het spel, heel clichématig allemaal.” Het verhaal is bekend en zelfs al een keer verfilmd door RTV Oost, maar twee feiten bleven onbekend. Eén: wat gebeurde er met de moordenaar? En twee: wat gebeurde er met zijn wapen?
De stadshistoricus maakt zich met zichtbare moeite los van de vitrine en beent naar een ander deel van het museum. Hij kijkt naar een grote historische stadsplattegrond van Vollenhove. „Kijk, hier vond de moord plaats”, en hij wijst één van de ingetekende huisjes midden in de stad aan. „En hier vond men het wapen terug.” Zijn vinger glijdt naar een strookje bebouwing net buiten de stadspoort. Op de plek waar nu het pand van bakkerij Hendrik Schaap staat, hield destijds de stad op. Vlak buiten die stad stond de herberg waar ook de schout zetelde. „We weten uit de processtukken en getuigenverklaringen over de moord dat de moordenaar er na de daad snel vandoor is gegaan, maar het wapen heeft hij in de haast afgegeven aan een vriend. Die heeft het wapen vervolgens naar de schout gebracht. Diezelfde schout.”
In het rapport van Raap las Van Heerde dat op basis van metingen de schatting is dat de degen in de periode tussen 1675 en 1700 is gemaakt. „Dus ook dát klopt met de moord. We hebben dus een wapen uit de juiste tijd, gevonden op de juiste plek, dat ook nog eens onklaar is gemaakt. Dat laatste wijst op een rechterlijke uitspraak, in dit geval natuurlijk de doodslag. Er zit natuurlijk geen DNA-materiaal meer op het ding, maar ík ben ervan overtuigd dat het wapen en de moord bij elkaar horen.”
Dan die andere vraag: waar bleef de moordenaar? Ook daar heeft ’inspecteur’ Van Heerde een pasklaar antwoord op gevonden. „Kijk, hij is natuurlijk op stel en sprong uit Vollenhove gevlucht, uit angst om vervolgd en opgepakt te worden. Waar kon je in die tijd makkelijk naartoe om onder de radar te blijven? Die vraag legde ik aan een vriend van me voor, die ook gek van geschiedenis is, en hij gaf me de gouden tip. ’Kijk eens in de archieven van de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC).’ Dat deed Van Heerde. „En warempel, ik vond de man terug in de stukken. Hij had zich vlak na de moord in Den Helder in laten schepen voor een schip naar De Oost, heeft daar zo’n vijf jaar als militair gevochten voor de compagnie, tot hij op Ceylon (Sri Lanka) - waar de VOC een handelspost had - is gesneuveld. Ik weet dat er op Sri Lanka nog veel sporen terug zijn te vinden van de Nederlandse tijd, ook begraafplaatsen. Dus misschien ligt zijn graf daar nog wel. Ik heb inmiddels plannen om een keer af te reizen, misschien komt dat er nog eens van. Dan is het verhaal maar rond.”
Hoe dan ook, Vollenhove is hiermee dankzij het speurwerk van de stadshistoricus een mooi verhaal rijker. „Én een tastbare herinnering eraan, namelijk de degen. Het is ons na ’aanhoudend zeuren’ gelukt om het voorwerp uit het depot te krijgen. We hebben ’m nu voor drie jaar in bruikleen, maar ik hoop dat dit ding Vollenhove nooit meer verlaat.” Je zou kunnen zeggen, wat een gedoe allemaal om een voorval van zo lang geleden. „Klopt”, beaamt Van Heerde. „Dat zeggen mensen soms ook wel. Maar weet je wat het is. Juist door dit soort verhalen komt geschiedenis tot leven. Met behulp van een spannend verhaal leren we bovendien veel over de samenleving in deze havenstad, begin achttiende eeuw. Dáár gaat het om.”
De degen is vanaf nu opgenomen in de vaste collectie van het Stadsmuseum in Vollenhove. Belangstellenden die meer over het verhaal willen horen, hoeven alleen maar één van de vrijwilligers aan te schieten. „Iedereen hier kan dit verhaal inmiddels dromen.”
